Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Fonologie De klankinventaris van het Italiaans verschilt op meerdere plaatsen van het Nederlands. Voor Italiaanse kinderen die Nederlands leren kunnen deze verschillen problemen opleveren. De korte klinkers [ı] als in pit, en de [ʌ] als in put komen in het Italiaans niet voor. Deze klanken zouden dus moeilijk kunnen zijn voor Italiaanse kinderen. Ook de klinkercombinaties /ui/, /au/ en /eu/ kennen zij niet, deze kunnen dus problemen opleveren als Italiaans sprekenden Nederlands leren. In tegenstelling tot het Nederlands heeft het Italiaans korte en lange medeklinkers, die een betekenisverschil aan kunnen geven.Copia (kopie) vs. Coppia (koppel). In dat geval wordt het Nederlands echter juist makkelijker, omdat er minder verschillende vormen zijn. De typisch Nederlandse g-klank als in gat en chaos is in het Italiaans echter niet bekend. Ook de h-klank is afwezig. Deze klanken kunnen in het Nederlands dus moeilijkheden opleveren; een bekend probleem bij veel anderstaligen. De klemtoon valt in het Italiaans op de één na laatste lettergreep van het woord. Italianen zijn gewend om de klemtoon aan te geven met de lengte van de klinker. Dit zal waarschijnlijk te horen zijn als zij Nederlands spreken, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Het zorgt waarschijnlijk alleen voor een Italiaans accent.
Morfologie Het zelfstandig naamwoord In het Italiaans wordt het zelfstandig naamwoord aangepast voor het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud). Er zijn vier uitgangen voor het geslacht, welke ook weer een aangepaste meervoudsvorm hebben. Dit systeem lijkt in het geheel niet op het Nederlands, waar het geslacht meestal niet te zien is aan het woord, en het meervoud wordt gevormd door –en of –s. Het kan lastig zijn voor Italiaanse kinderen om het nieuwe systeem te leren. Wel zijn er in het Nederlands veel minder vormen, wat het weer gemakkelijker zou kunnen maken.
Het lidwoord De regels voor het gebruik van lidwoorden zijn erg lastig in het Italiaans. Aangezien het Nederlands veel eenvoudiger is, zullen Italiaanse kinderen er weinig moeite mee hebben om dat systeem te leren: het onbepaalde lidwoord kent maar één vorm ('een'), het bepaalde lidwoord maar twee ('de, het'). Het is echter vanuit het Italiaans niet duidelijk wanneer er in het Nederlands de of het gebruikt moet worden. Dat kan dus problemen opleveren, omdat zij dat nieuw moeten leren. Maar dat geldt feitelijk voor alle anderstaligen die Nederlands leren.
Achtervoegsels Het Italiaans kent veel achtervoegsels om de maat (groot, klein), voorkeur en afkeur uit te drukken. De achtervoegsels kennen verschillende vormen omdat ze aangepast worden aan het geslacht en getal van het woord waar ze achter geplaatst worden. Het Nederlands kent ook wel verschillende verkleinvormen, maar geen vormen om te vergroten of om voorkeur of afkeur uit te drukken. Bovendien kunnen deze achtervoegsels niet gebruikt worden in verschillende woordsoort-categorieën. Het zou kunnen dat Italiaanse kinderen hiermee fouten maken, omdat ze gewend zijn om de achtervoegsels in meerdere categorieën te gebruiken.
Voornaamwoorden De voornaamwoorden passen zich ook aan naar getal en geslacht. Een groot verschil met het Nederlands is dat het persoonlijk voornaamwoord weggelaten kan worden, omdat de werkwoordsvervoeging eigenlijk al alles zegt over de persoon, het geslacht en dergelijke. In het Nederlands is dat niet zo, dus daar is het persoonlijk voornaamwoord altijd nodig. Een fout die Italiaanse kinderen kunnen maken, is dus dat ze het onderwerp van de zin weglaten en bijvoorbeeld springt zeggen, terwijl ze hij/zij/jij springt hadden moeten zeggen. Dit is een bekend fenomeen in zogenoemde pro-drop talen. Een volgend verschil is dat er in het Italiaans verschil wordt gemaakt tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde voornaamwoorden. De onbeklemtoonde vormen worden altijd samen met een werkwoord gebruikt. Ook hier zien we echter weer dat het Nederlands eenvoudiger is, en dat Italiaanse kinderen er dus weinig moeite mee zullen hebben, omdat ze geen nieuwe categorieën hoeven te leren.
Het werkwoord Het Italiaans kent drie soorten werkwoorden. Daarnaast is er voor iedere persoon een andere uitgangsvorm. Het Italiaans heeft dus veel meer werkwoordsvormen dan het Nederlands. Het is niet bekend of Italiaanse kinderen de uitgangen uit het Italiaanse systeem ook foutief toepassen op het Nederlandse systeem. Wel is belangrijk dat Italiaanse kinderen geen nieuwe categorieën hoeven te leren. Andersom zouden Nederlandse kinderen die Italiaans leren bijvoorbeeld het onderscheid tussen verschillende meervoudsvormen moeten leren, omdat het Nederlands maar één meervoud kent. Het Italiaans kent meer werkwoordstijden dan het Nederlands. De voltooide tijd kent in het Italiaans twee vormen: een voor het nabije verleden en een voor het verre verleden. In het Nederlands wordt dit verschil niet gemaakt. Bijzonder is dat het nabije verleden net als het Nederlands met hebben of zijn vervoegd wordt, maar het verre verleden wordt zonder hulpwerkwoord vervoegd. Italiaanse kinderen zou bij het voltooid deelwoord dus het hulpwerkwoord kunnen weglaten, al is de constructie met hulpwerkwoord wel bekend (Caprin en Guasti, 2009). Waar in het Nederlands ook de stam op zich gebruikt kan worden, is dat in het Italiaans onmogelijk. Een werkwoord heeft altijd een uitgang. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat Italiaanse kinderen ook in het Nederlands een uitgang gebruiken voor bijvoorbeeld de ik-vorm, terwijl dat niet kan (ik slaapt), omdat het gewend is uitgangen toe te voegen. Het is erg onwaarschijnlijk dat Italiaanse kinderen de uitgangen weg zullen laten, omdat zij juist gewend zijn altijd een uitgang te gebruiken (Leonard et al., 1992). Wanneer dit wel zo is, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Syntaxis Woordvolgorde In het Italiaans is het mogelijk om het onderwerp achter het werkwoord te zetten. In het Nederlands is dit echter niet mogelijk. Het debat vond plaats kan niet gezegd worden als vond plaats het debat, terwijl dat in het Italiaans wel mogelijk is (si svolgeva il dibattito). Italiaanse kinderen kunnen hier dus fouten maken als zij Nederlands spreken en het onderwerp achter het werkwoord plaatsen.
Ontkenning In het Italiaans is een dubbele ontkenning mogelijk. Italiaanse kinderen kunnen dit overnemen en een dubbele ontkenning gebruiken in het Nederlands, terwijl dat in het Nederlands niet mogelijk is.
Woordgroepen In het Italiaans kan het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan. In het Nederlands staat het bijvoeglijk naamwoord altijd voor het zelfstandig naamwoord. Dit kan voor fouten zorgen in het Nederlands van Italiaanse kinderen. Het is mogelijk dat zij de auto mooi zeggen, terwijl dat in het Nederlands niet kan. Dit hoeft dan dus niet altijd een werkwoordsfout te zijn (er is geen koppelwerkwoord gebruikt), maar kan ook een foutieve plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord zijn.
Lidwoorden Een ander verschil met het Nederlands is dat het lidwoord blijft staan als er een bezittelijk voornaamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat: la mia macchina (mijn auto). Alleen als het gaat om nabije familierelaties, verdwijnt het lidwoord: mio zio (mijn oom). Het is dus mogelijk dat Italiaanse kinderen fouten maken in het gebruik van het lidwoord, en zij dit te vaak zullen gebruiken (de mijn auto).
Pragmatiek De pragmatiek van het Italiaans verschilt weinig tot niets van het Nederlands. Het is dus niet waarschijnlijk dat kinderen hier problemen mee ondervinden of hierdoor fouten gaan maken in het Nederlands.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een negatieve transfer vanuit het Italiaans.
Fonologie
Wordt de /i/ na een medeklinker uitgesproken als een [j]?
Morfologie
Heeft het kind moeite met meervoudsvervoegingen?
Gebruikt het kind achtervoegsels in plaats van voorvoegsels?
Syntaxis
Plaatst het kind het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord?
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Nederlands en Italiaans worden niet op dezelfde wijze verworven door eerstetaalleerders. Onderstaande vragen hebben betrekking op de verwerving van het Italiaans, en kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkelingsstoornis bij een Italiaanssprekend kind. Wanneer de verwervingsleeftijd van het kind erg van de standaard afwijkt, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Italiaans. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS:
Fonologie
Heeft het kind in het Italiaans moeite met het produceren van bepaalde klanken?
Morfologie
Heeft het kind moeite met het vervoegen van werkwoorden? Past het kind de (voor)naamwoorden niet aan naam getal en geslacht of worden deze zelfs weggelaten? Laat het kind de lidwoorden weg?
Syntaxis
Heeft het kind moeite met de woordvolgorde in het Italiaans? Produceert het kind laag complexe zinnen en korte zinnen?
Pragmatiek
Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatievaardigheden in de moedertaal?
1. Algemene informatie over het Italiaans
Het Italiaans wordt door ongeveer 50-60 miljoen mensen gesproken. De meeste sprekers zijn afkomstig uit Italië; maar ook in bijvoorbeeld Zwitserland, Noord- en Zuid-Amerika en Noord-Afrika wordt deze taal gesproken. In Italië worden verschillende dialectvormen gesproken, onder andere op de eilanden Sicilië en Corsica, in Venetië, Toscane en dergelijke. De meeste Italianen beheersen zowel een dialectvorm als de standaardvorm. In formele situaties wordt wel altijd de standaardtaal gebruikt. Dit lijkt dus op de situatie van het Nederlands in Nederland. Het Standaarditaliaans is afkomstig van een van de belangrijkste dialectvormen, het Florentijns. Dit dialect wordt gesproken in de streek Toscane. De beroemde schrijver Dante schreef in deze taal zijn Divina Comedia, waarmee hij grote invloed had op het taalgebruik van de Italianen, evenals Petrarca en Boccaccio.
Het Italiaans behoort tot de Romaanse taalfamilie. Dat betekent dat het oorspronkelijk afkomstig is van het Latijn. Tot deze taalfamilie horen ook talen als Spaans, Frans en Roemeens. Deze talen lijken dan ook wel op het Italiaans.
In de schrijftaal wordt, net als voor het Nederlands, gebruik gemaakt van het Latijnse alfabet. De letters j, k, w, x, y komen in de Italiaanse schrijftaal niet voor, alleen in leenwoorden. Het Italiaanse alfabet heeft dus 21 letters.
2. Specifieke informatie over het Italiaans
Dit deel gaat in op de specifieke kenmerken van de Italiaanse spreektaal. Daarbij wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan de fonologie, de morfologie, de syntaxis en de pragmatiek. Daarbij wordt steeds een vergelijking met het Nederlands gemaakt.
Fonologie Het Italiaanse fonologische systeem heeft 7 klinkers en 27 medeklinkers.
Klinkers Het Italiaans kent korte en lange klinkers. Als de letter /i/ na een medeklinker staat, wordt het uitgesproken als een [j], de lettercombinatie /uo/ wordt uitgesproken als een [w]. Zo wordt più (meer) uitgesproken als [pju:], en può(hij kan) als [pwo]. In het Nederlands zien we dit alleen na de q als in aquarium. Ook heeft het Italiaans andere klinkercombinaties dan het Nederlands: /ia/, /io/, /uo/, /iè/, /ua/ en dergelijke. Medeklinkers Het Italiaans kent korte en lange medeklinkers, die een betekenisverschil aan kunnen geven. Copia (kopie) vs. Coppia (koppel). Typische klanken voor het Italiaans zijn de [ts] (als in pizza) en de [dz] (als in stazione).
Klemtoon De klemtoon ligt in het Italiaans over het algemeen op de één na laatste lettergreep van het woord. De lengte van de klinkers wordt beïnvloed door de klemtoon. Onbeklemtoonde klanken of klanken die gevolgd worden door een medeklinker zijn altijd kort. Beklemtoonde klinkers die niet gevolgd worden door een medeklinker zijn dus lang: let’tera, ‘ànima, di’vino (de lettergreep na ‘ is beklemtoond). Als de klemtoon op de laatste lettergreep ligt, wordt dat aangegeven met een accentstreepje.
Morfologie Een belangrijk onderdeel van de taal is de morfologie: de structuur en vorming van woorden. Achtereenvolgens worden hier het zelfstandig naamwoord, het lidwoord, achtervoegsels, voornaamwoorden en werkwoorden behandeld. Omdat de werkwoordsvervoeging belangrijk is bij het vaststellen van taalstoornissen, zal hier iets dieper op ingegaan worden.
Het zelfstandig naamwoord In het Italiaans wordt het zelfstandig naamwoord aangepast voor het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud). In onderstaand schema zijn de verschillende vormen te zien.
Geslacht
Enkelvoud
Meervoud
m
-o
-i
v
-a
-e
m/v
-e
-i
m
-a
-i
Er zijn echter uitzonderingen op dit schema: woorden die in het enkelvoud eindigen op een –i, woorden die eindigen op een beklemtoonde klinker en woorden die eindigen op een medeklinker veranderen niet in het meervoud, bijvoorbeeld crisi (crisis) en città (stad).
Het lidwoord Het onbepaald lidwoord is voor mannelijk un, voor vrouwelijk una, behalve als het zelfstandig naamwoord met een klinker begint: un acqua minerale (een mineraalwater). Un verandert in uno: uno sciovinista (een chauvinist), als het voor consonantclusters (gn, sc en dergelijke) staat. Het bepaald lidwoord past zich aan in getal en geslacht aan het zelfstandig naamwoord: mannelijk is il – i, vrouwelijk is la – le. Voor een klinker veranderen il en la in l’. Mannelijke vormen waarbij het onbepaalde lidwoord uno gebruikt wordt, krijgen lo als bepaald lidwoord in het enkelvoud, en gli als bepaald lidwoord in het meervoud.
Achtervoegsels Het Italiaans is een taal met veel achtervoegsels om grootte, maar ook om afkeur of voorkeur uit te drukken: -in, -ett, -ucci, -ell zijn verkleinvormen, -on juist een vorm om te vergroten, -ott is voor afkeur, -acci voor voorkeur. Het achtervoegsel dient aangepast te worden aan het getal en geslacht van het woord waar het achter geplaatst wordt. Zo is de verkleinvorm -in voor jongen ragazzino, maar voor meisje is het ragazzina. Het probleem is echter dat niet alle achtervoegsels bij elk woord gebruikt kunnen worden: ragazzello kan bijvoorbeeld niet gebruikt worden voor kleine jongen, de andere achtervoegsels wel. Bovendien kunnen achtervoegsels soms ook de woordbetekenis veranderen: pane betekent brood, maar panino betekent sandwich. Deze achtervoegsels kunnen in het Italiaans ook bij andere categorieën gebruikt worden: facile (makkelijk) – facilino (erg makkelijk), zelfs bij werkwoorden: dormire (slapen) – dormicchiare (sluimeren).
Voornaamwoorden De voornaamwoorden passen zich ook aan naar getal en geslacht. Zo zijn bijvoorbeeld Questo, questa, questi en queste de vormen van het aanwijzend voornaamwoord deze, en quello, quella, quelli en quelle zijn de vormen van het aanwijzend voornaamwoord die. De persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Italiaans: io (ik), tu (jij), lui (hij), lei (zij), Lei (U), noi (wij), voi (jullie), loro (zij, meervoud) en Loro (U, meervoud). Er zijn nog een aantal vormen welke alleen in de schrijftaal worden gebruikt:egli (hij, uitspraak "elji"), ella (zij, enkelvoud vrouwelijk), esso (het, mannelijk), essa (het, vrouwelijk), essi (zij, mannelijk meervoud), esse (zij, vrouwelijk meervoud).
Het Italiaans is een pro-drop taal. Persoonlijk voornaamwoorden kunnen weggelaten worden, omdat de informatie van persoon, geslacht en getal al in de werkwoordsvervoeging zit.
Het werkwoord Er zijn in het Italiaans drie soorten werkwoorden: werkwoorden die eindigen op –are, -ere en –ire. Dit in tegenstelling tot het Nederlands, waar bijna alle werkwoorden eindigen op –en. Deze werkwoorden worden regelmatig vervoegd. De uitgangen voor de tegenwoordige tijd zijn te vinden in onderstaande tabel.
-ere
-are
-ire
1e persoon enkelvoud
-o
-o
-o
2e persoon enkelvoud
-i
-i
-i
3e persoon enkelvoud
-e
-a
-e
1e persoon meervoud
-iamo
-iamo
-iamo
2e persoon meervoud
-ete
-ate
-ite
3e persoon meervoud
-ono
-ano
-ono
Andere werkwoordstijden, zoals de verleden tijd, de toekomende tijd en de voltooide tijd, hebben ook weer elk hun eigen uitgangen voor elke persoon.
Naast deze regelmatige vormen kent het Italiaans ook verschillende onregelmatige werkwoorden, net als het Nederlands, waaronder ook de werkwoorden hebben en zijn.
Syntaxis Naast de structuur van de woorden is ook de structuur van de zinnen van belang. Achtereenvolgens zal aandacht besteed worden aan de woordvolgorde, ontkenning en de vorming van woordgroepen.
Woordvolgorde Het Italiaans is een SVO-taal: onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp. Dat is hetzelfde als het Nederlands: Pietro fumava una sigaretta – Peter rookt een sigaret. Het is echter in het Italiaans mogelijk om het onderwerp achter het werkwoord te zetten: è arrivato il treno (de trein is gearriveerd). Dit kan alleen als het onderwerp iets ondergaat (patient), niet als het onderwerp zelf iets doet (agent).
Ontkenning In het Italiaans wordt ontkenning gevormd door non voor het werkwoord te zetten. Een dubbele ontkenning is mogelijk: non voglio niente: ik wil niets, letterlijk: niet ik wil niets.
Woordgroepen In het Italiaans kan het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan. De plaats van het bijvoegelijk naamwoord kan in sommige gevallen verschil in betekenins maken: è una povera donna (het is een zielige vrouw) vs. è una donna povera ( het is een arme vrouw).
Pragmatiek De pragmatiek van het Italiaans verschilt weinig tot niets van het Nederlands.
3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen
Gezien de grote verschillen tussen het Italiaans en het Nederlands is het niet waarschijnlijk dat de talen op precies dezelfde wijze verworven worden door eerstetaalleerders. In onderstaande tabel is de verwerving van deze talen met elkaar vergeleken. Opvallend is dat Italiaanse kinderen het werkwoordsysteem eerder onder de knie hebben dan Nederlandse kinderen, terwijl het Italiaanse werkwoordsysteem veel ingewikkelder is. Bovendien maken Italiaanse kinderen weinig fouten in de werkwoordspelling (Caprin en Guasti, 2009).
leeftijd
fonologie
Fonologie Italiaans
vocabulaire/ morfologie
Voc. / morf. Italiaans
elementen
Elementen Italiaans
1 – 1;6 jaar
3e persoon enkelvoud t.t.
N, V (infinitief)
1;6 - 2 jaar
rond de 3 jaar zijn alle klanken ongeveer verworven.
Net als het Nederlands: eerst stopklanken (p,t) en nasale klanken (m,n).
verkleinwoorden, 2e/3e persoon enkelvoud t.t.
1e persoon enkelvoud t.t., meervoud
S, V, A (+ die/dat en de/het/een, pers.vnw.)
S,V
2 – 2;6 jaar
meervoud, 1e persoon enkelvoud t.t., voltooid deelwoord
subject weggelaten woordenschat ong. 400 woorden
S, V, A, O, C (koppelwerkwoord, hulpwerkwoord, bijv. nw., voorzetsels)
Koppelwerkwoord lidwoord
2;6 – 3 jaar
o.v.t.
o.v.t.
S, V, A, O, C, Q (possessief,
Clitics, hulpwerkwoord
3 – 3;6 jaar
woordenschat tussen 900-1500 woorden
samengestelde zinnen
De informatie voor het Italiaans is afkomstig uit de volgende bronnen: Caprin en Guasti, 2009; Keren-Portnoy, Majorani en Vihman, 2009.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Italiaans
Uit onderzoek naar TOS in het Italiaans is gebleken dat voornamelijk niet-finale zwakke lettergrepen moeilijk zijn om te produceren voor kinderen met een TOS. Daarnaast wordt er vaak een enkelvoudsvorm van de derde persoon gebruikt terwijl de meervoudsvorm van toepassing is. De inflectie van de meervoudsvorm betreft een andere vorm in persoon en aantal. De meerdere verbuigingen kunnen lastig zijn voor kinderen met een TOS (Bortoloni, Arfé, Caselli, Degasperi, Deevy & Leonard, 2006). De samengestelde score van artikels en derde persoonsmeervoud in het Italiaans blijkt ook een goede graadmeter te zijn om normaal ontwikkelde kinderen te kunnen onderscheiden van kinderen met een TOS (Bortolini, Caselli, Deevy & Leonard, 2002). De zinnen die kinderen met een taalstoornis maken zijn veel minder complex dan zinnen van normaal ontwikkelde kinderen, vaak worden de inhouds- en functiewoorden weggelaten. Ook laten kinderen met een TOS in het Italiaans het achtervoegsel van om getal en geslacht aan te geven vaak weg, behalve bij werkwoorden (Marini, Tavano & Fabbro, 2008). Toch blijkt de meest voorkomende fout het weglaten van lidwoorden te zijn (Bortolini et al., 1997; Leonard et al., 1992).
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Samenvattend is het vooral interessant om te kijken naar verschillen met het Nederlands. Deze verschillen zien we vooral bij de werkwoordsvervoeging. Belangrijk is om te onthouden dat Italiaanse kinderen nooit de uitgang weglaten bij de werkwoorden, ook niet als zij een taalstoornis hebben, omdat in het Italiaans nooit alleen de stam gebruikt kan worden. Ondanks het ingewikkelde systeem hebben Italiaanse kinderen de werkwoordsvervoeging eerder onder de knie dan Nederlandse kinderen. Ook de achtervoegsels kunnen problemen opleveren, omdat dit systeem in het Italiaans heel anders is. Daarnaast kan het onderwerp weggelaten worden (als het een persoonlijk voornaamwoord is), of in sommige gevallen na het werkwoord geplaatst worden, omdat dit in het Italiaans ook kan. Dat hoeft dus niet meteen een aanwijzing voor een taalstoornis te zijn. Dit geldt ook voor de dubbele ontkenning, die in het Italiaans wel mogelijk is, maar in het Nederlands niet.
Literatuurverwijzingen
De informatie op deze pagina is, tenzij anders aangegeven, afkomstig uit The compendium of world’s languages van George Campbell (1998) en het artikel over het Italiaans van Nigel Vincent in The major languages of Western Europe. Wilt u meer over het Italiaans lezen, dan kunt u de volgende bronnen gebruiken. Deze zijn ook gebruikt om dit artikel te schrijven.
Algemene informatie: Campbell, G. L. (1998). Compendium of the world’s languages. London, Routledge, 337-344. Vincent, N. (1990). Italian. In Comrie, B. (ed). The major languages of Western Europe. London: Routledge , 269-292. Edstrom e.a. (2003), Moderne Italiaanse grammatica. Groningen/Houten, Wolters Noordhoff.
Over verwerving: Caprin, C. en Guasti, M.T. (2009). The acquisition of morfosyntax in Italian: A cross-sectional study. Applied psycholinguistics, 30 (1), 23-52 Keren-Portnoy, K., Majorani, M. en Vihman, M.M. (2009). From phonetics to phonology: The emergence of first words in Italian. Journal of Child Language, 36, 235-267.
Over taalstoornissen in het Italiaans:
Bortolini, U., Arfé, B., Caselli, C. M., Degasperi, L., Deevy, P., & Leonard, L. B. (2006). Clinical markers for specific language impairment in Italian: the contribution of clitics and non‐word repetition. International Journal of Language & Communication Disorders, 41(6), 695-712.
Bortolini, U., Caselli, M. C., Deevy, P., & Leonard, L. B. (2002). Specific language impairment in Italian: The first steps in the search for a clinical marker. International Journal of Language & Communication Disorders, 37(2), 77-93. Bortolini, U., Caselli, M.C. en Leonard, L. (1997). Grammatical deficits in Italian-speaking children with specific lanuage impairment. Journal of Speech and Hearing Research, 40, 809-820. Leonard, L., Bortolini, U., Caselli, M.C., McGregor, K. en Sabbadini, L. (1992). Morphological deficits in children with specific language impairment: The status of features in underlying grammar. Language Acquisition, 2 (2), 152-170. Marini, A., Tavano, A. en Fabbro, F. (2008). Assessment of linguistic abilities in Italian children with specific language impairment. Neuropsychologia 40, 2816-2823.
Table of Contents
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
FonologieDe klankinventaris van het Italiaans verschilt op meerdere plaatsen van het Nederlands. Voor Italiaanse kinderen die Nederlands leren kunnen deze verschillen problemen opleveren.
De korte klinkers [ı] als in pit, en de [ʌ] als in put komen in het Italiaans niet voor. Deze klanken zouden dus moeilijk kunnen zijn voor Italiaanse kinderen.
Ook de klinkercombinaties /ui/, /au/ en /eu/ kennen zij niet, deze kunnen dus problemen opleveren als Italiaans sprekenden Nederlands leren.
In tegenstelling tot het Nederlands heeft het Italiaans korte en lange medeklinkers, die een betekenisverschil aan kunnen geven.Copia (kopie) vs. Coppia (koppel). In dat geval wordt het Nederlands echter juist makkelijker, omdat er minder verschillende vormen zijn.
De typisch Nederlandse g-klank als in gat en chaos is in het Italiaans echter niet bekend. Ook de h-klank is afwezig. Deze klanken kunnen in het Nederlands dus moeilijkheden opleveren; een bekend probleem bij veel anderstaligen.
De klemtoon valt in het Italiaans op de één na laatste lettergreep van het woord. Italianen zijn gewend om de klemtoon aan te geven met de lengte van de klinker. Dit zal waarschijnlijk te horen zijn als zij Nederlands spreken, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Het zorgt waarschijnlijk alleen voor een Italiaans accent.
Morfologie
Het zelfstandig naamwoord
In het Italiaans wordt het zelfstandig naamwoord aangepast voor het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud). Er zijn vier uitgangen voor het geslacht, welke ook weer een aangepaste meervoudsvorm hebben. Dit systeem lijkt in het geheel niet op het Nederlands, waar het geslacht meestal niet te zien is aan het woord, en het meervoud wordt gevormd door –en of –s. Het kan lastig zijn voor Italiaanse kinderen om het nieuwe systeem te leren. Wel zijn er in het Nederlands veel minder vormen, wat het weer gemakkelijker zou kunnen maken.
Het lidwoord
De regels voor het gebruik van lidwoorden zijn erg lastig in het Italiaans. Aangezien het Nederlands veel eenvoudiger is, zullen Italiaanse kinderen er weinig moeite mee hebben om dat systeem te leren: het onbepaalde lidwoord kent maar één vorm ('een'), het bepaalde lidwoord maar twee ('de, het'). Het is echter vanuit het Italiaans niet duidelijk wanneer er in het Nederlands de of het gebruikt moet worden. Dat kan dus problemen opleveren, omdat zij dat nieuw moeten leren. Maar dat geldt feitelijk voor alle anderstaligen die Nederlands leren.
Achtervoegsels
Het Italiaans kent veel achtervoegsels om de maat (groot, klein), voorkeur en afkeur uit te drukken. De achtervoegsels kennen verschillende vormen omdat ze aangepast worden aan het geslacht en getal van het woord waar ze achter geplaatst worden. Het Nederlands kent ook wel verschillende verkleinvormen, maar geen vormen om te vergroten of om voorkeur of afkeur uit te drukken. Bovendien kunnen deze achtervoegsels niet gebruikt worden in verschillende woordsoort-categorieën. Het zou kunnen dat Italiaanse kinderen hiermee fouten maken, omdat ze gewend zijn om de achtervoegsels in meerdere categorieën te gebruiken.
Voornaamwoorden
De voornaamwoorden passen zich ook aan naar getal en geslacht. Een groot verschil met het Nederlands is dat het persoonlijk voornaamwoord weggelaten kan worden, omdat de werkwoordsvervoeging eigenlijk al alles zegt over de persoon, het geslacht en dergelijke. In het Nederlands is dat niet zo, dus daar is het persoonlijk voornaamwoord altijd nodig. Een fout die Italiaanse kinderen kunnen maken, is dus dat ze het onderwerp van de zin weglaten en bijvoorbeeld springt zeggen, terwijl ze hij/zij/jij springt hadden moeten zeggen. Dit is een bekend fenomeen in zogenoemde pro-drop talen.
Een volgend verschil is dat er in het Italiaans verschil wordt gemaakt tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde voornaamwoorden. De onbeklemtoonde vormen worden altijd samen met een werkwoord gebruikt. Ook hier zien we echter weer dat het Nederlands eenvoudiger is, en dat Italiaanse kinderen er dus weinig moeite mee zullen hebben, omdat ze geen nieuwe categorieën hoeven te leren.
Het werkwoord
Het Italiaans kent drie soorten werkwoorden. Daarnaast is er voor iedere persoon een andere uitgangsvorm. Het Italiaans heeft dus veel meer werkwoordsvormen dan het Nederlands. Het is niet bekend of Italiaanse kinderen de uitgangen uit het Italiaanse systeem ook foutief toepassen op het Nederlandse systeem. Wel is belangrijk dat Italiaanse kinderen geen nieuwe categorieën hoeven te leren. Andersom zouden Nederlandse kinderen die Italiaans leren bijvoorbeeld het onderscheid tussen verschillende meervoudsvormen moeten leren, omdat het Nederlands maar één meervoud kent.
Het Italiaans kent meer werkwoordstijden dan het Nederlands. De voltooide tijd kent in het Italiaans twee vormen: een voor het nabije verleden en een voor het verre verleden. In het Nederlands wordt dit verschil niet gemaakt. Bijzonder is dat het nabije verleden net als het Nederlands met hebben of zijn vervoegd wordt, maar het verre verleden wordt zonder hulpwerkwoord vervoegd. Italiaanse kinderen zou bij het voltooid deelwoord dus het hulpwerkwoord kunnen weglaten, al is de constructie met hulpwerkwoord wel bekend (Caprin en Guasti, 2009).
Waar in het Nederlands ook de stam op zich gebruikt kan worden, is dat in het Italiaans onmogelijk. Een werkwoord heeft altijd een uitgang. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat Italiaanse kinderen ook in het Nederlands een uitgang gebruiken voor bijvoorbeeld de ik-vorm, terwijl dat niet kan (ik slaapt), omdat het gewend is uitgangen toe te voegen. Het is erg onwaarschijnlijk dat Italiaanse kinderen de uitgangen weg zullen laten, omdat zij juist gewend zijn altijd een uitgang te gebruiken (Leonard et al., 1992). Wanneer dit wel zo is, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Syntaxis
Woordvolgorde
In het Italiaans is het mogelijk om het onderwerp achter het werkwoord te zetten. In het Nederlands is dit echter niet mogelijk. Het debat vond plaats kan niet gezegd worden als vond plaats het debat, terwijl dat in het Italiaans wel mogelijk is (si svolgeva il dibattito). Italiaanse kinderen kunnen hier dus fouten maken als zij Nederlands spreken en het onderwerp achter het werkwoord plaatsen.
Ontkenning
In het Italiaans is een dubbele ontkenning mogelijk. Italiaanse kinderen kunnen dit overnemen en een dubbele ontkenning gebruiken in het Nederlands, terwijl dat in het Nederlands niet mogelijk is.
Woordgroepen
In het Italiaans kan het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan. In het Nederlands staat het bijvoeglijk naamwoord altijd voor het zelfstandig naamwoord. Dit kan voor fouten zorgen in het Nederlands van Italiaanse kinderen. Het is mogelijk dat zij de auto mooi zeggen, terwijl dat in het Nederlands niet kan. Dit hoeft dan dus niet altijd een werkwoordsfout te zijn (er is geen koppelwerkwoord gebruikt), maar kan ook een foutieve plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord zijn.
Lidwoorden
Een ander verschil met het Nederlands is dat het lidwoord blijft staan als er een bezittelijk voornaamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat: la mia macchina (mijn auto). Alleen als het gaat om nabije familierelaties, verdwijnt het lidwoord: mio zio (mijn oom). Het is dus mogelijk dat Italiaanse kinderen fouten maken in het gebruik van het lidwoord, en zij dit te vaak zullen gebruiken (de mijn auto).
Pragmatiek
De pragmatiek van het Italiaans verschilt weinig tot niets van het Nederlands. Het is dus niet waarschijnlijk dat kinderen hier problemen mee ondervinden of hierdoor fouten gaan maken in het Nederlands.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een negatieve transfer vanuit het Italiaans.
Wordt de /i/ na een medeklinker uitgesproken als een [j]?
Heeft het kind moeite met meervoudsvervoegingen?
Gebruikt het kind achtervoegsels in plaats van voorvoegsels?
Plaatst het kind het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord?
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Nederlands en Italiaans worden niet op dezelfde wijze verworven door eerstetaalleerders. Onderstaande vragen hebben betrekking op de verwerving van het Italiaans, en kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkelingsstoornis bij een Italiaanssprekend kind. Wanneer de verwervingsleeftijd van het kind erg van de standaard afwijkt, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Italiaans. Wanneer hier vaak ‘ja’ op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS:
- Fonologie
Heeft het kind in het Italiaans moeite met het produceren van bepaalde klanken?- Morfologie
Heeft het kind moeite met het vervoegen van werkwoorden?Past het kind de (voor)naamwoorden niet aan naam getal en geslacht of worden deze zelfs weggelaten?
Laat het kind de lidwoorden weg?
- Syntaxis
Heeft het kind moeite met de woordvolgorde in het Italiaans?Produceert het kind laag complexe zinnen en korte zinnen?
- Pragmatiek
Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatievaardigheden in de moedertaal?1. Algemene informatie over het Italiaans
Het Italiaans wordt door ongeveer 50-60 miljoen mensen gesproken. De meeste sprekers zijn afkomstig uit Italië; maar ook in bijvoorbeeld Zwitserland, Noord- en Zuid-Amerika en Noord-Afrika wordt deze taal gesproken. In Italië worden verschillende dialectvormen gesproken, onder andere op de eilanden Sicilië en Corsica, in Venetië, Toscane en dergelijke. De meeste Italianen beheersen zowel een dialectvorm als de standaardvorm. In formele situaties wordt wel altijd de standaardtaal gebruikt. Dit lijkt dus op de situatie van het Nederlands in Nederland. Het Standaarditaliaans is afkomstig van een van de belangrijkste dialectvormen, het Florentijns. Dit dialect wordt gesproken in de streek Toscane. De beroemde schrijver Dante schreef in deze taal zijn Divina Comedia, waarmee hij grote invloed had op het taalgebruik van de Italianen, evenals Petrarca en Boccaccio.
Het Italiaans behoort tot de Romaanse taalfamilie. Dat betekent dat het oorspronkelijk afkomstig is van het Latijn. Tot deze taalfamilie horen ook talen als Spaans, Frans en Roemeens. Deze talen lijken dan ook wel op het Italiaans.
In de schrijftaal wordt, net als voor het Nederlands, gebruik gemaakt van het Latijnse alfabet. De letters j, k, w, x, y komen in de Italiaanse schrijftaal niet voor, alleen in leenwoorden. Het Italiaanse alfabet heeft dus 21 letters.
2. Specifieke informatie over het Italiaans
Dit deel gaat in op de specifieke kenmerken van de Italiaanse spreektaal. Daarbij wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan de fonologie, de morfologie, de syntaxis en de pragmatiek. Daarbij wordt steeds een vergelijking met het Nederlands gemaakt.
Fonologie
Het Italiaanse fonologische systeem heeft 7 klinkers en 27 medeklinkers.
Klinkers
Het Italiaans kent korte en lange klinkers. Als de letter /i/ na een medeklinker staat, wordt het uitgesproken als een [j], de lettercombinatie /uo/ wordt uitgesproken als een [w]. Zo wordt più (meer) uitgesproken als [pju:], en può (hij kan) als [pwo]. In het Nederlands zien we dit alleen na de q als in aquarium. Ook heeft het Italiaans andere klinkercombinaties dan het Nederlands: /ia/, /io/, /uo/, /iè/, /ua/ en dergelijke.
Medeklinkers
Het Italiaans kent korte en lange medeklinkers, die een betekenisverschil aan kunnen geven. Copia (kopie) vs. Coppia (koppel). Typische klanken voor het Italiaans zijn de [ts] (als in pizza) en de [dz] (als in stazione).
Klemtoon
De klemtoon ligt in het Italiaans over het algemeen op de één na laatste lettergreep van het woord. De lengte van de klinkers wordt beïnvloed door de klemtoon. Onbeklemtoonde klanken of klanken die gevolgd worden door een medeklinker zijn altijd kort. Beklemtoonde klinkers die niet gevolgd worden door een medeklinker zijn dus lang: let’tera, ‘ànima, di’vino (de lettergreep na ‘ is beklemtoond). Als de klemtoon op de laatste lettergreep ligt, wordt dat aangegeven met een accentstreepje.
Morfologie
Een belangrijk onderdeel van de taal is de morfologie: de structuur en vorming van woorden. Achtereenvolgens worden hier het zelfstandig naamwoord, het lidwoord, achtervoegsels, voornaamwoorden en werkwoorden behandeld. Omdat de werkwoordsvervoeging belangrijk is bij het vaststellen van taalstoornissen, zal hier iets dieper op ingegaan worden.
Het zelfstandig naamwoord
In het Italiaans wordt het zelfstandig naamwoord aangepast voor het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud). In onderstaand schema zijn de verschillende vormen te zien.
Er zijn echter uitzonderingen op dit schema: woorden die in het enkelvoud eindigen op een –i, woorden die eindigen op een beklemtoonde klinker en woorden die eindigen op een medeklinker veranderen niet in het meervoud, bijvoorbeeld crisi (crisis) en città (stad).
Het lidwoord
Het onbepaald lidwoord is voor mannelijk un, voor vrouwelijk una, behalve als het zelfstandig naamwoord met een klinker begint: un acqua minerale (een mineraalwater). Un verandert in uno: uno sciovinista (een chauvinist), als het voor consonantclusters (gn, sc en dergelijke) staat. Het bepaald lidwoord past zich aan in getal en geslacht aan het zelfstandig naamwoord: mannelijk is il – i, vrouwelijk is la – le. Voor een klinker veranderen il en la in l’. Mannelijke vormen waarbij het onbepaalde lidwoord uno gebruikt wordt, krijgen lo als bepaald lidwoord in het enkelvoud, en gli als bepaald lidwoord in het meervoud.
Achtervoegsels
Het Italiaans is een taal met veel achtervoegsels om grootte, maar ook om afkeur of voorkeur uit te drukken: -in, -ett, -ucci, -ell zijn verkleinvormen, -on juist een vorm om te vergroten, -ott is voor afkeur, -acci voor voorkeur. Het achtervoegsel dient aangepast te worden aan het getal en geslacht van het woord waar het achter geplaatst wordt. Zo is de verkleinvorm -in voor jongen ragazzino, maar voor meisje is het ragazzina. Het probleem is echter dat niet alle achtervoegsels bij elk woord gebruikt kunnen worden: ragazzello kan bijvoorbeeld niet gebruikt worden voor kleine jongen, de andere achtervoegsels wel. Bovendien kunnen achtervoegsels soms ook de woordbetekenis veranderen: pane betekent brood, maar panino betekent sandwich. Deze achtervoegsels kunnen in het Italiaans ook bij andere categorieën gebruikt worden: facile (makkelijk) – facilino (erg makkelijk), zelfs bij werkwoorden: dormire (slapen) – dormicchiare (sluimeren).
Voornaamwoorden
De voornaamwoorden passen zich ook aan naar getal en geslacht. Zo zijn bijvoorbeeld Questo, questa, questi en queste de vormen van het aanwijzend voornaamwoord deze, en quello, quella, quelli en quelle zijn de vormen van het aanwijzend voornaamwoord die.
De persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Italiaans: io (ik), tu (jij), lui (hij), lei (zij), Lei (U), noi (wij), voi (jullie), loro (zij, meervoud) en Loro (U, meervoud). Er zijn nog een aantal vormen welke alleen in de schrijftaal worden gebruikt: egli (hij, uitspraak "elji"), ella (zij, enkelvoud vrouwelijk), esso (het, mannelijk), essa (het, vrouwelijk), essi (zij, mannelijk meervoud), esse (zij, vrouwelijk meervoud).
Het Italiaans is een pro-drop taal. Persoonlijk voornaamwoorden kunnen weggelaten worden, omdat de informatie van persoon, geslacht en getal al in de werkwoordsvervoeging zit.
Het werkwoord
Er zijn in het Italiaans drie soorten werkwoorden: werkwoorden die eindigen op –are, -ere en –ire. Dit in tegenstelling tot het Nederlands, waar bijna alle werkwoorden eindigen op –en. Deze werkwoorden worden regelmatig vervoegd. De uitgangen voor de tegenwoordige tijd zijn te vinden in onderstaande tabel.
Andere werkwoordstijden, zoals de verleden tijd, de toekomende tijd en de voltooide tijd, hebben ook weer elk hun eigen uitgangen voor elke persoon.
Naast deze regelmatige vormen kent het Italiaans ook verschillende onregelmatige werkwoorden, net als het Nederlands, waaronder ook de werkwoorden hebben en zijn.
Syntaxis
Naast de structuur van de woorden is ook de structuur van de zinnen van belang. Achtereenvolgens zal aandacht besteed worden aan de woordvolgorde, ontkenning en de vorming van woordgroepen.
Woordvolgorde
Het Italiaans is een SVO-taal: onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp. Dat is hetzelfde als het Nederlands: Pietro fumava una sigaretta – Peter rookt een sigaret. Het is echter in het Italiaans mogelijk om het onderwerp achter het werkwoord te zetten: è arrivato il treno (de trein is gearriveerd). Dit kan alleen als het onderwerp iets ondergaat (patient), niet als het onderwerp zelf iets doet (agent).
Ontkenning
In het Italiaans wordt ontkenning gevormd door non voor het werkwoord te zetten. Een dubbele ontkenning is mogelijk: non voglio niente: ik wil niets, letterlijk: niet ik wil niets.
Woordgroepen
In het Italiaans kan het bijvoeglijk naamwoord zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan. De plaats van het bijvoegelijk naamwoord kan in sommige gevallen verschil in betekenins maken: è una povera donna (het is een zielige vrouw) vs. è una donna povera ( het is een arme vrouw).
Pragmatiek
De pragmatiek van het Italiaans verschilt weinig tot niets van het Nederlands.
3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen
Gezien de grote verschillen tussen het Italiaans en het Nederlands is het niet waarschijnlijk dat de talen op precies dezelfde wijze verworven worden door eerstetaalleerders. In onderstaande tabel is de verwerving van deze talen met elkaar vergeleken. Opvallend is dat Italiaanse kinderen het werkwoordsysteem eerder onder de knie hebben dan Nederlandse kinderen, terwijl het Italiaanse werkwoordsysteem veel ingewikkelder is. Bovendien maken Italiaanse kinderen weinig fouten in de werkwoordspelling (Caprin en Guasti, 2009).
volgorde: p,t,m,n,j (1;6 jr)
k,s,g,h (2 jr)
b,f,w (2;3 jr)
d,l,r,sj (2;6 jr)
woordenschat ong. 400 woorden
De informatie voor het Italiaans is afkomstig uit de volgende bronnen: Caprin en Guasti, 2009; Keren-Portnoy, Majorani en Vihman, 2009.
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Italiaans
Uit onderzoek naar TOS in het Italiaans is gebleken dat voornamelijk niet-finale zwakke lettergrepen moeilijk zijn om te produceren voor kinderen met een TOS. Daarnaast wordt er vaak een enkelvoudsvorm van de derde persoon gebruikt terwijl de meervoudsvorm van toepassing is. De inflectie van de meervoudsvorm betreft een andere vorm in persoon en aantal. De meerdere verbuigingen kunnen lastig zijn voor kinderen met een TOS (Bortoloni, Arfé, Caselli, Degasperi, Deevy & Leonard, 2006). De samengestelde score van artikels en derde persoonsmeervoud in het Italiaans blijkt ook een goede graadmeter te zijn om normaal ontwikkelde kinderen te kunnen onderscheiden van kinderen met een TOS (Bortolini, Caselli, Deevy & Leonard, 2002). De zinnen die kinderen met een taalstoornis maken zijn veel minder complex dan zinnen van normaal ontwikkelde kinderen, vaak worden de inhouds- en functiewoorden weggelaten. Ook laten kinderen met een TOS in het Italiaans het achtervoegsel van om getal en geslacht aan te geven vaak weg, behalve bij werkwoorden (Marini, Tavano & Fabbro, 2008). Toch blijkt de meest voorkomende fout het weglaten van lidwoorden te zijn (Bortolini et al., 1997; Leonard et al., 1992).
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
Samenvattend is het vooral interessant om te kijken naar verschillen met het Nederlands. Deze verschillen zien we vooral bij de werkwoordsvervoeging. Belangrijk is om te onthouden dat Italiaanse kinderen nooit de uitgang weglaten bij de werkwoorden, ook niet als zij een taalstoornis hebben, omdat in het Italiaans nooit alleen de stam gebruikt kan worden. Ondanks het ingewikkelde systeem hebben Italiaanse kinderen de werkwoordsvervoeging eerder onder de knie dan Nederlandse kinderen. Ook de achtervoegsels kunnen problemen opleveren, omdat dit systeem in het Italiaans heel anders is. Daarnaast kan het onderwerp weggelaten worden (als het een persoonlijk voornaamwoord is), of in sommige gevallen na het werkwoord geplaatst worden, omdat dit in het Italiaans ook kan. Dat hoeft dus niet meteen een aanwijzing voor een taalstoornis te zijn. Dit geldt ook voor de dubbele ontkenning, die in het Italiaans wel mogelijk is, maar in het Nederlands niet.
Literatuurverwijzingen
De informatie op deze pagina is, tenzij anders aangegeven, afkomstig uit The compendium of world’s languages van George Campbell (1998) en het artikel over het Italiaans van Nigel Vincent in The major languages of Western Europe.
Wilt u meer over het Italiaans lezen, dan kunt u de volgende bronnen gebruiken. Deze zijn ook gebruikt om dit artikel te schrijven.
Algemene informatie:
Campbell, G. L. (1998). Compendium of the world’s languages. London, Routledge, 337-344.
Vincent, N. (1990). Italian. In Comrie, B. (ed). The major languages of Western Europe. London: Routledge , 269-292.
Edstrom e.a. (2003), Moderne Italiaanse grammatica. Groningen/Houten, Wolters Noordhoff.
Over verwerving:
Caprin, C. en Guasti, M.T. (2009). The acquisition of morfosyntax in Italian: A cross-sectional study. Applied psycholinguistics, 30 (1), 23-52
Keren-Portnoy, K., Majorani, M. en Vihman, M.M. (2009). From phonetics to phonology: The emergence of first words in Italian. Journal of Child Language, 36, 235-267.
Over taalstoornissen in het Italiaans:
Bortolini, U., Arfé, B., Caselli, C. M., Degasperi, L., Deevy, P., & Leonard, L. B. (2006). Clinical markers for specific language impairment in Italian: the contribution of clitics and non‐word repetition. International Journal of Language & Communication Disorders, 41(6), 695-712.
Bortolini, U., Caselli, M. C., Deevy, P., & Leonard, L. B. (2002). Specific language impairment in Italian: The first steps in the search for a clinical marker. International Journal of Language & Communication Disorders, 37(2), 77-93.
Bortolini, U., Caselli, M.C. en Leonard, L. (1997). Grammatical deficits in Italian-speaking children with specific lanuage impairment. Journal of Speech and Hearing Research, 40, 809-820.
Leonard, L., Bortolini, U., Caselli, M.C., McGregor, K. en Sabbadini, L. (1992). Morphological deficits in children with specific language impairment: The status of features in underlying grammar. Language Acquisition, 2 (2), 152-170.
Marini, A., Tavano, A. en Fabbro, F. (2008). Assessment of linguistic abilities in Italian children with specific language impairment. Neuropsychologia 40, 2816-2823.
Naar boven